“Je bent onderspannen”

“Je hebt een hoog tempo. Je bent snel. En dat is jouw tempo. En daar is helemaal niets mis mee.” Mijn mond valt nog net niet open van verbazing wanneer de vrouw tegenover me dit zegt. Nergens viel het woordje ‘te’. Al jaren lang wordt me verteld dat ik te snel ga, te snel praat, te snel dit, te snel dat, te veel sport, te veel doe en ga zo maar door. Ik was het inmiddels gaan geloven. De haptonoom houdt even haar adem in en zegt dan tegen me: “Ik denk dat je onderspannen bent.” Sorry wat?

Onderspannen. Het tegenovergestelde dus van overspannen. Het moet nog even bij me doordringen maar dan lijken er steeds meer puzzelstukjes op z’n plaats te vallen. Sinds ik een klein jaar geleden overspannen raakte, werd me door iedereen verteld dat ik minder moest doen en meer rust moest pakken. En ik nam dat advies ook maar gewoon aan van iedereen, omdat het ergens wel logisch klonk. Maar had ik eerder naar het kleine, inmiddels schreeuwende, stemmetje in me geluisterd dan had ik allang kunnen concluderen dat ik ‘onderspannen’ was geraakt.

Want ja, ik had te veel hooi op m’n vork genomen maar dat heeft me eerder nooit genekt. Dus waarom nu wel? Wat maakte dit keer het verschil? Het antwoord achteraf is heel logisch: Ik hield me niet bezig met de dingen waar ik me gepassioneerd over voelde, ik werkte onder m’n niveau, ik sportte aanzienlijk minder dan voorheen en ging me steeds meer vervelen waardoor ik steeds onrustiger raakte. Van constant werken boven je niveau raak je gestresst, maar als je dus te lang taken oppakt die geen uitdagingen voor je vormen en waarbij je je verveeld, raak je dus ‘onderspannen’ en in feite ook uitgeblust.

“Je moet het rustiger aan doen” is een leus die bij me is blijven hangen, maar waar ik eigenlijk nog onrustiger van raakte omdat het zo erg niet bij me leek te passen. Rustig aan doen betekende dat ik me moest inhouden, rustig aan doen betekende dat ik misschien maar moest yoga’en in plaats van bootcampen. En van de gedachte dat ik misschien wel m’n hele leven rustig aan moest doen, raakte ik alweer overspannen. Gas geven en tegelijkertijd op je rem staan, rijdt ook niet ideaal toch? Waarom vroegen mensen dan wel hetzelfde van mij?

Het is bizar maar er viel een ongelooflijke last van mijn schouders toen een expert, iemand met een goede portie mensenkennis, me vertelde dat mijn snelheid goed was zoals het was. Dat ik dat helemaal niet hoefde aan te passen. Dat het enige wat me te doen stond was te luisteren naar mijn eigen snelheid en dan daarin niet voorbij mezelf te rennen, maar ook zeker niet achter mezelf aan hoefde te slenteren.

De haptonoom en ik waren inmiddels verder in het gesprek toen ze aan me vroeg: “Waarom begin je niet weer zachtjes aan met hardlopen? Toeval wil dat ik dat al enige tijd weer wil oppakken maar steeds bang was dat het ‘te veel en te snel’ was. De woorden van de haptonoom voelde als een soort bevestiging van wat ik al aanvoelde maar nog niet aandurfde.

Mijn lichaam snakt steeds meer naar de frisse buitenlucht, het luisteren naar mijn eigen adem en het trappen van mijn schoenen tegen het asfalt. Mijn lichaam snakt naar de kleine traantjes die in mijn ogen vormen als het weer eens hard waait. Dus binnenkort trek ik weer mijn stoute hardloopschoenen aan. Ik ga niet te snel. Mijn tempo is perfect voor mij. Ready? Zen? Go.

How To Make: Chocolade-kokos dadels

Nu vind ik mezelf niet elke dag geniaal. Maar voor vandaag maak ik graag een uitzondering. Ik ben de laatste tijd weer ouderwets obsessief met eten bezig en kan me elke dag weer verheugen op m’n ontbijt, lunch en avondeten. Maar laten we alsjeblieft de snacks niet vergeten. Dus rende ik vandaag nog net niet richting de supermarkt om dat wat al zolang in m’n hoofd zit te kunnen maken.

Vandaag op het snackmenu: chocolade-kokos dadels

IMG_7558

Dit heb je nodig:
– 12 dadels (liefst zonder pit)
– 80 gram pure chocolade
– geraspte kokos

Zo maak je ze:
1. Ik kocht verse dadels met pit, omdat ik die toch het lekkerst vind qua smaak. Snijd de dadels door de helft en haal de pit eruit. Plak ze dan als het ware weer dicht aan elkaar. Doe dit met al je verrukkelijke dadels.

2. Smelt de pure chocolade au bain marie totdat je een lekkere smeuïge toestand krijgt.

3. Leg de dadels op een schaal die makkelijk de vriezer in kan. Vervolgens smeer je met een kwastje de gesmolten chocolade over je dadels. Ik heb alleen de bovenkant gedaan, omdat daarom.

4. Sprenkel je geraspte kokos erover heen. Want om nom nom.

5. Zet de schaal tien minuutjes in de vriezer zodat de chocola lekker hard kan worden. En tadaa je hebt één awesome snack voor jezelf. Of om indruk te maken op andere mensen met slechts drie ingrediënten. Dat is wat je wilt.

You. Are. Welcome.

P.S. Mocht je ook een super lekkere (geheime) snack hebben… deel ‘m dan, als je kan.

P.P.S. Ik weet pas sinds vandaag hoe je ‘au bain marie’ schrijft. Zo culinair ben ik nu ook weer niet hoor. ; )

Miljonair ruimt al 11 jaar andermans vuilnis op

Er bestaan me toch een partij fijne mensen op deze planeet. Vanmorgen kwam ik op de heerlijke website van NSMBL een filmpje tegen van een miljonair die niet tegen rondslingerend afval kan. Laat je het toch lekker een ander opruimen, hoor ik je denken. Zo gepiept namelijk! Maar meneer de miljonair denkt daar niet zo over. Hij staat de afgelopen elf jaar iedere dag om 5 uur ‘s ochtends op om het afval van zijn medemens op te ruimen. “Van rondslingerende troep worden mensen ziek,” is zijn argument. Tsja, en dat moeten we natuurlijk niet hebben.

Ben trots op deze vent en zou zelf wel eens een ochtendje met hem mee willen lopen. Wat jij?

Wanneer dan wel?

Het duurt een kleine vijf minuten voordat de man tegenover me zegt dat er iets roods op m’n jas zit. Hij wijst naar m’n borst. Waar ik in eerste instantie dacht dat het een ketchupvlek was, schiet ik in de lach als ik zie wat er aan de hand is. Van het evenement waar ik net was geweest kreeg ik namelijk een elektrisch hartje bij aankomst. Die had ik dus niet meer af gedaan waardoor je door m’n jas heen nog een vaag kloppend rood lichtje zag branden. En zo schiet een vrij gezellig groepje passagiers in de lach. “Ach, je hebt tenminste je hart op de goede plek zitten,” grapt de man.

Vervolgens gebeurt er een van de fijnere dingen die het openbaar vervoer kent wanneer je je onder goed en onbekend gezelschap bevindt: een heus gesprek. “Wat studeer je?” vraagt de man. “Niets,” antwoord ik voorzichtig. “Ik heb mijn studie afgebroken.” Een man naast me schudt hevig z’n hoofd. “Ik raakte overspannen,” leg ik uit. “Hoe oud ben je?” Ik moet antwoorden dat ik nog maar slechts 22 zomers heb gekend. De man tegenover me lijkt ongeveer drie keer die leeftijd te hebben. Desondanks oogt ‘ie iets vitaler dan ik me voel. “Weet je welk boek je moet lezen?” vervolgt de man. “Ik kom even niet meer op de titel maar het gaat over een man die slechts 4 uur per week werkt, alsnog ontzettend veel verdient en voor de rest alleen maar dingen doet waar hij plezier aan beleeft.” Ik had wel er wel eens van gehoord, maar was er eigenlijk nooit aan toe gekomen. Net zoals veel dingen. Ik ben bijna bij mijn bestemming wanneer de man nadrukkelijk zegt: “Eerst genieten hè. De rest komt vanzelf wel.” En verdomd, hij heeft gelijk.

Het hartje was afkomstig van het boekenfeest van 365 dagen succesvol waar ze twee nieuwe exemplaren toonden. Een paar weken eerder besloot ik me in te schrijven voor hun jaarprogramma van 2015. Ze zeggen dat het vooral een aanrader is je daarvoor in te schrijven als je toe bent aan de volgende stap. En dat was ik behoorlijk. De overspannenheid had zich doorgezet in een burn-out en die zorgde ervoor dat ik nu al maandenlang over elk klein dingetje twijfel. Zelfs over het schrijven van blogs, iets wat ik geloof ik al sinds m’n veertiende deed en online publiceerde. Dit alleen al schrijven is iets waar ik wederom lang over heb getwijfeld.

Sinds ik de knoop heb doorgehakt om mee te doen aan het jaarprogramma voel ik me nu al zelfverzekerder. Niet volledig maar zeker wel meer dan eerst. Ik weet dat ik bepaalde talenten en eigenschappen bezit die ik super handig zou kunnen inzetten, maar door aan alles te twijfelen weet ik even niet meer hoe. Nou ja, ik jok een beetje. Vaak weet ik wel hoe, maar ben ik onnodig lang aan het uitstellen. En dat uitstellen resulteert in smoesjes verzinnen. Maar tegenwoordig verzin ik zoveel smoesjes dat ik een beetje in herhaling val bij mezelf. De excuses om dingen niet te doen die ik eigenlijk toch wel heel leuk vind, die excuses worden steeds ongeloofwaardiger. Ik denk dat dat een goed teken is.

Inmiddels was ik begonnen aan de boekentip van mijn vriendelijke medepassagier. En tijdens het lezen werd ik wederom geconfronteerd met dat ik een ongelofelijke uitsteller ben. Prioriteiten maak van dingen die eigenlijk geen prioriteit zijn. En me daarna beklagen dat ik weinig energie heb. Niet zo heel gek, Felesita. Mijn moeder zegt vaak ‘bij twijfel, niet doen’. Maar ik denk dat die regel niet altijd op gaat. Want twijfel bij mij is vaak wel doen. Twijfel bij mij is vaak een duik in het diepe nemen en kijken hoe ik eruit kom. Twijfel heeft er in het verleden vaak voor gezorgd dat ik wel de volgende stap nam. Dus laat ik voortaan twijfel weer zien als vriend in plaats van vijand. Wat 2015 en het jaarprogramma voor me in petto hebben? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Waar ik volgend jaar woon, werk en/of studeer? Weeknie! Maar dat er mooie dingen staan te gebeuren, weet ik wel zeker.

Blog wel verzenden of niet verzenden? Mijn bijlage is aan het downloaden. Mijn muis nadert het verzendknopje. Mijn hartslag verhoogt. En dan denk ik even aan woorden van Emma Watson tijdens haar briljante speech dit jaar. “If not now, when? If not me, who?”

Verzend.

Dit stukje verwierf ook een plek op www.365dagensuccesvol.nl. Eerder schreef ik al een recensie over hun gelijknamige boek. Die lees je hier

Jerome Jarre is een held

Doet de naam Jerome Jarre nog geen belletje rinkelen? Check dan even deze ontzettend virale Vine. Na deze hit kreeg Jerome binnen no time een miljoenen publiek vanuit de hele wereld. Zijn kracht? Mensen in de meest ongemakkelijke positie brengen en ze toch achterlaten met een lach op het gezicht. En zijn volgers mogen daar steeds 6 seconden van genieten. Kort en krachtig. En vooral prachtig. Jerome had mijn hart al veroverd, maar na het volgende filmpje stiekem nog een beetje meer. Kijk mee:

Wat ik zo ontzettend gaaf vind is dat Jerome de guts heeft om uit zijn comfortzone te stappen. Elke keer opnieuw. Zonder te weten hoe mensen erop reageren. Maar uiteindelijk is het dan ook altijd zijn doel om mensen aan het lachen te krijgen. Iets waar hij iedere keer in weet te slagen hoe [insert French accent] awkward [/insert] ook.

En wat me ook deed glimlachen is dat Casey Neistat producent van het korte filmpje is. Casey Neistat zal waarschijnlijk een onbekende naam voor je zijn, maar ook deze man is werkelijk een held. Op zijn 15e besloot hij te stoppen met school om zich te richten het maken van films en video’s. Doe maar even zijn naam intikken op YouTube en achterover leunen om te genieten van zijn creatieve werk. Eén van mijn favoriete shortfilms is de volgende waarbij Casey samen met een vriend een reclame maakt voor Nike. Je zult ‘m ongetwijfeld eens gezien hebben.

Dus stel je voor. Je ben 99 en ligt op je sterfbed. Ineens krijg je de kans om terug te gaan naar dit exacte moment. Wat zou je doen? Wat zou je tegen jezelf zeggen? 

5 Hedendaagse stijliconen (als je het mij vraagt)

Je moest vroeger echt niet bij me aankomen met een roze tutu. Ik herinner het me nog zo goed. Ik was vier jaar en mijn moeder stuurde me naar m’n allereerste en tegelijkertijd laatste balletles. We moesten dus roze tutu’s aandoen en gekke sprongetjes maken. Nu had ik geen probleem met die sprongetjes, maar de outfit-keuze was een ander verhaal. Sindsdien heb ik heel lang volgehouden dat ik een hekel had aan roze. Inmiddels ben ik nog steeds geen roze-liefhebber maar ik kan mezelf er wel op betrappen dat ik verliefd kan worden op roze items.

Waar sommige mensen hun hele leven lang dezelfde kledingstijl lijken te hanteren – hoe dan? – heb ik toch wel verschillende stijlen meegemaakt. Voor zover je het stijlen kunt noemen. Ik kan me nog één heftige herinneren. In de brugklas. Ik vond ineens zwarte kleding, zwarte make-up en ijzeren kettingen als accessoires heel interessant. Ja, het was vrij heftig. Het was een fase en het heeft een half jaar mogen duren. Daarna kwam er niet zo zeer een vervolg stijl als wel dat het me helemaal niets uitmaakte wat ik droeg en ik volgens mij wel redelijk vaak de plank missloeg.

Ergens ben ik wel een fuck gaan geven om hoe ik eruit zag. Ergens ben ik ijdel geworden, alleen kan ik niet precies duiden wanneer dat ik vredesnaam is gebeurd. Mijn vermoeden is wel dat het sterker werd toen ik in de beruchte hoofdstad ging wonen. Amsterdam, de stad waar men niet opkijkt van de vreemdste outfits. Ik moet toegeven dat ik het ook wel erg fijn vond om daarmee te experimenteren en ik het idee had dat ik steeds dichter bij ‘mijn stijl’ kwam. Maar wat dat dan precies is, da ken ik je ook nie vertellen nie.

Maar je leuk kleden kost centjes. En natuurlijk kun je de vintagemarktjes afgaan of jagen op tweedehands koopjes, maar als je blut bent ben je blut. Dus terwijl ik nog heeeeeel eventjes la vida broka leef laat ik me inspireren door de volgende fashionista’s van het internet. Zodat ik even flink kan losgaan op het herpakken van mijn eigen stijl als de money weer in de pocket is.

Wat denk ik vooral typerend is aan deze volgende dames is dat ze het basic houden met hier en daar een creatieve uitspatting. Ik houd ervan. Kijk mee!

Sabrina Meijer

Ze noemt zichzelf visueel journalist en is oprichter van modeblog afterDRK. Sabrina heeft voor mij iets tomboy’ish over zich en tegelijkertijd ook iets galants. Haar outfits ogen heel basic maar op de een of andere manier weet ze het zo fijn te combineren. Haar glimlach maakt elke outfit nog completer dan deze al was.

Anna Nooshin

“Houd op met me?!” is volgens mij de gedachte die door mijn hoofd gaat wanneer ze weer een nieuwe foto op internet plaatst. Deze dame vind je meestal in het zwart maar dat maakt het er niet saaier op. Daarnaast heeft ze een coupe om jaloers op te worden. Anna is oprichtster van het online magazine NSMBL en heeft sinds kort een eigen lijn met zelf ontworpen leren jasjes.

Yara Michels

Ook wel goede vriendinnen met mevrouw Nooshin. Yara werd bekend met haar blog This Chick Got Style en is sinds kort aan een nieuw hoofdstuk begonnen. Op Chapter Friday geeft ze advies aan meiden die de wereld willen veroveren. Ik wil nog wel eens jaloers zijn op haar gouden lokken maar vrees dat ik daar bij de kapper niet mee aan moet komen. Dat deze chick stijl heeft moge duidelijk zijn.

Lizzy van der Ligt

Deze dame is nu keihard haar outfits aan het bloggen om later aan het werk te mogen als fulltime stylist. Want dat is wat ze het allerliefst doet. Stylen, stylen en nog eens stylen. Als ze haar eigenlijk stijl zou mogen omschrijven zou ze het woordje ‘rock’ durven noemen. Ze schuwt gedragen gekke vintage items niet en als de dag vraagt om een apart hoedje, dan rockt ze deze. Ik weet niet of ik het zou kunnen pullen. Maar het getuigt wel van lef en zelfverzekerdheid om gewoon te dragen wat je wilt.

Caroline de Maigret

Ah oui oui. Deze mademoiselle mag zeker niet ontbreken. Niet veel vrouwen kunnen een pony rocken zonder dat ze heel meisjesachtig worden. Als model heeft ze met de beste fotografen van de wereld gewerkt waaronder Terry Richardson. Caroline maakt menig vrouw jaloers in de Franse hoofdstad: c’est Paris.

Door wie laat jij je inspireren op het gebied van stijl? Ik ben benieuwd!

Hoera! Ik blog al drie jaar!

Hoera! Ik schijn al drie jaar te bloggen op WordPress. Dat zou in principe reden moeten zijn voor een feestje. Maar in feite blog ik helemaal niet ‘pas’ drie jaar. Ik kan me herinneren dat ik voor het eerst begon te ‘bloggen’ op mijn moeders typemachine. Korte verhalen, lange verhalen, spannende verhalen, romantische verhalen. Elk vrij uurtje werd er wat afgetikt op dat ding. Oké en ik ben ook een tijdje verslaafd geweest aan The Sims, maar voornamelijk werd er toch wel in m’n jongere jaren geschreven en gelezen.

Ik begon geloof ik met online bloggen op http://www.web-log.nl. Na een korte research ben ik erachter gekomen dat dat platform helemaal niet meer bestaat en de url is overgenomen door Sanoma. Lekker bezig, Sanoma. Ik was toen een jaar of 14 en schreef over hele zoete dingen als over die keer dat ik bramen ging plukken met een meisje van toneel en dat we daar jam over gingen maken. Of dat ik een cavia had en dat dat ding kon piepen als een malle. Ik geloof dat ik ook heel schattig over jongens-issues schreef want daar ben je een tienermeisje voor. En grappig, maar ik realiseer me nu dat ik toen totaal niet bewust was van het feit dat ie-der-een kon meelezen. Ik denk dat de jonge Twitteraars van nu datzelfde hebben.

Nu ben ik me er wel degelijk bewust van dat alles wat ik online zet ontzettend openbaar is. Dat je door te bloggen toch een klein inkijkje in je leven geeft. Of een grote, ligt eraan hoe vrij je vingers zich voelen. Ik weet nog dat ik bloggen ook écht spannend begon te vinden toen ik dus inderdaad een WordPress-account aanmaakte en dingen door ging plaatsen op Facebook. Ik lijk voor de meeste misschien het type dat alles zomaar even zonder pardon deelt en doet, maar waarheid is dat ik het meeste toch wel echt spannender dan nodig vind en ik eigenlijk voortdurend net even buiten m’n comfort zone begeef. Ik weet niet waarom dat is. Maar ik weet wel dat elke keer wanneer ik een zelfgeschreven blog of column op social media deelde m’n hart toch echt in m’n keel zat. Maar ik vond het goed, het was een uitdaging en het maakte me kritischer op m’n schrijven.

Die uitdaging van online schrijven voel ik nog steeds, maar ik ben op zoek naar iets anders. Twee jaar geleden bedacht ik Fwajeur.nl. Een soort online portfolio voor mezelf met daarop interviews met mensen die ik zelf uitkoos en interessant vond. Daar wringt het de laatste tijd wel. Want de ene keer schrijf ik dus voor Fwajeur.nl en de andere keer voor NaomiFelesita.com en ik ben toe aan iets nieuws. Maar omdat ik geen zin heb ik een derde website is het een beetje aftasten wat ik nu precies wil. Het liefst wil ik een eigen website die wel het persoonlijke heeft van een blog, maar ook met eigen gemaakte content als de dingen die ik op Fwajeur.nl gooi en ook filmpjes en dingen die mij inspireren en triggeren om door te plaatsen. Het enige wat me nu tegenhoudt om zo’n platform te bouwen is de naam en de exacte vorm.

Alle begin is moeilijk, zeggen ze wel eens. Maar wachten op het perfecte moment met dingen heb ik nu wel een beetje gehad. Dus ik plan binnenkort even een creatieve brainstorm sessie met mezelf en dan iets van ‘jetzt geht es löss’ dan maar?

Hoe is het daar eigenlijk, lief lezertje van me?

Rosie Lowe: Creativiteit kun je niet pushen

Beter dan muzikante Rosie Lowe kan ik het niet verwoorden. “Creativiteit komt en gaat met seizoenen. Je kunt het niet pushen.” Eigenlijk een beetje hetzelfde als orgasme en geluk. Dat push je niet, het is er al ergens, het enige wat je hebt te doen is het op de juiste manier te stimuleren.

Goedemiddag. Ik ben een sucker voor interviews met inspirerende mensen. Vooral als ik ze nog niet ken. Ik ben dol op mensen die ik nog niet ken. Dus ik ga wel lekker op de filmpjes van One Minute Wonder waarin creatievelingen en ondernemers vanuit de hele wereld één minuut de tijd krijgen om een glimp van zichzelf te laten zien. En zo kwam ik terecht bij de Britse Rosie Lowe.

Creatievelingen zijn vaak zo bezig met product na product eruit poepen dat ze vaak vergeten dat een periode waarin er helemaal niets gebeurt ook heel vruchtbaar kan zijn. Het geeft je ruimte en afstand en bovenal inspiratie voor het nieuwe product.

Na deze One Minute Wonder moest ik de dame en haar muziek even opzoeken en ik werd blij verrast. Rosie Lowe woont in Londen en is momenteel hard bezig met haar debuutalbum welke begin 2015 gelanceerd zal worden. Haar nummer Water Comes Down wordt in elk geval goed ontvangen en ik ben heel erg te spreken over de remix van het nummer.

Dol op mensen die ik nog niet ken. En jij?

Challenge: Deze hele video bekijken

Het is zondag en ik hoop dat je net zo van je vrije dag geniet als ik dat doe. Maar heb je al even stil gezeten vandaag en helemaal niets gedaan? Ik durf bijna te wedden van niet. Goed, ik ben de beroerdste niet en ik help je graag een handje. Ik daag je namelijk uit om deze drie minuut durende video te bekijken. Pauzeren is verboden evenals het openen van andere tabbladen. Toe maar. Ga de uitdaging aan. Drie minuutjes. Dat kan jij. Toch?

Ongeacht of je deze vent irritant vindt of niet, het is wel erg grappig. Want toegegeven, ik ben vaak zat afgeleid tijdens het kijken van een video of zelfs een film. Vaker dan ik waarschijnlijk zou willen toegeven. De ondertitel van mijn blog draagt niet voor niets de leus “Kermis in mijn hoofd. Elke dag prijs.” We zijn constant afgeleid door van alles en nog wat. En de twee dingen die ons denken meer beheersen dan ooit heten Verleden & Toekomst. Sterker nog, 47 procent van de tijd zijn we bezig met vroeger en ooit. Laat het even op je inwerken. Bijna de helft van de tijd ben je dus niet van het moment aan het genieten. Zonde toch? Al helemaal aangezien het ontzettend hip is om in het hier en nu te leven. Maar waarom kunnen we dat dan zo moeilijk?

En dan wil ik je meteen meenemen naar het volgende filmpje. Een TED Talk met Andy Puddicombe. Andy is oprichter van de meditatie-app Headspace waar ik je in deze blog al meer over heb verteld. Je hebt de vorige 3 minuten ook overleefd. Ik daag je uit om deze tien minuten ook te pakken. Want we hoeven niet ergens op een berg te zitten om met een groep te mediteren. All it takes is ten mindful minutes.

Goed. Nu zijn we hier. En nu?

 

Neske Breks: “Sommige woorden zijn aan mijn schors blijven plakken”

Mag je jezelf freelance journalist noemen als je je eerste opdracht voor de Nederlandse Taalunie te pakken hebt? Geen idee. Ik vind van wel. Twee weken terug kreeg ik de eer om in gesprek te gaan met de veelzijdige en bovenal getalenteerde Neske Beks. Het zou een interview worden voor de maandelijkse rubriek ‘Taalminnaars’ in het online magazine van de Nederlandse Taalunie. Ik dacht deze dame niet te kennen tot ik in mijn research haar hoorde zingen in Sprokkeldagen van Typhoon. Dat Neske Beks een taalminnares is moge duidelijk zijn. In het half uur dat ik haar heb mogen spreken verraste ze mij en daarmee zichzelf meerdere malen met ter plekke verzonnen gezegdes.

Taal is voor mij meer dan letters. Het gaat ook om lichaamstaal, om energie, om zoveel meer. Ik zie mezelf niet als presentatrice, schrijfster of documentairemaakster, maar als ‘storyteller’. Ik doe één ding en dat kan verteld worden op verschillende manieren. Het gaat mij om de kracht van het verhaal. Als kind was ik al heel erg bezig met taal. Dan las ik voor aan mijn nichtje voordat ik daadwerkelijk kon lezen. Ik verzon gewoon maar wat.

Het volledige interview lees je hier. Hieronder Sprokkeldagen. Enjoy!