Haar kleine geheimpjes

 

adinafab6

Mooi toch? Hoe de meest awesome dingen tegenwoordig een muisklik van ons verwijderd zijn? Zo kwam ik laatst een nogal merkwaardig filmpje tegen van YouTube-kanaal MyTinySecrets. Hierin vertelde de enthousiaste Adina Rivers met een licht Duits accent over hoe een relatie op te bouwen met je poes. Niet dat harige mormel wat je banken openkrabt en ‘s ochtends over je gezicht loopt. Je weet welke poes ik bedoel. Het was in elk geval een interessante eerste ontmoeting met het kanaal van Adina. Ik klikte verder…

Lees verder

Tieten

“Tieten,” mompel ik. Ik kijk weer even naar de man naast me. Zijn nukkige blik maakt plaats voor een verbaasde variant. We staan te wachten totdat we openbaar vervoerd mogen worden. De bus had er allang moeten zijn. Het is te koud om te wachten en de verveling in me is te groot om niet met vreemden te praten. “Pardon?”  De man kijkt inmiddels alweer een tijdje mijn kant op meer boos dan vragend. Even schaam ik me voor mijn verbale uitlating maar ik laat me niet kennen. “Tieten,” herhaal ik. “Je keek zo chagrijnig. Ik dacht, ik zeg eens iets om je op te vrolijken.” De gebruikelijke beleefde lach blijft uit. In plaats daarvan krijg ik een kort knikje van hem waarna hij zijn blik weer laat rusten op het station. Althans, daar waar het station zou moeten zijn. Een dikke zee aan mist maakt het bijna onmogelijk om het gebouw te zien. En dat terwijl het zich een kleine dertig meter verderop bevindt. “En? Helpt het?” De neiging om hem vragend aan te kijken onderdruk ik. Volgens mij is deze kerel niet zo van het oogcontact of welk sociaal contact dan ook. “Ik denk eigenlijk niet zoveel aan tieten,” antwoordt hij uiteindelijk. Zonde, denk ik. Volgens mij zou deze vent nog wel een fraaie visualisatie kunnen gebruiken. “Ik ben eigenlijk gewoon boos,” vervolgt de man. Ik twijfel of ik door moet vragen. Eigenlijk was dit ook helemaal  niet zoals ik het in mijn hoofd had zitten. Het was de bedoeling dat ik ‘tieten’ zei en hij verrast zou worden en we uiteindelijk nog net niet rollend van het lachen de bus in zouden stappen. En dat het dan zo’n aanstekelijk effect zou hebben dat de rest van de bus met ons mee zou lachen zonder eigenlijk te weten waarom. Maar ik weet eigenlijk niet wie van ons er meer aan een slappe lach toe is. Waarom probeer ik die vent eigenlijk op te vrolijken als ik zelf ook niet in een beste stemming ben? “Ik ben ook boos,” geef ik toe. “Vaak met een frons ook.” Ik zet expres een heel kwaad gezicht op. Een beetje zoals een klein kind dat doet om te benadrukken hoe boos het is. Het stampvoeten laat ik achterwege. Ik denk dat mijn boodschap zo wel overkomt. En ergens hoop ik nog steeds dat hij moet lachen. Lachen werkt aanstekelijk namelijk. Ik ben wel toe aan dat virus. “Ik doe niet zo aan fronsen. Geen energie voor,” verzucht de man. Dit keer is het mijn beurt om zijn kant op te knikken. Dat wordt niet lachen geblazen dus. Ik wil nog een vraag stellen als ik zie dat de man afgeleid raakt door twee lampen in de verte. De lampen komen steeds dichterbij totdat ze voor ons stoppen. Een sissend geluid wordt gevolgd door een deur die open gaat. Zwijgend stapt de man in en ik stap mee. Ik zou teleurgesteld kunnen zijn. Teleurgesteld dat het gesprek tussen de man en mij zo abrupt wordt verstoord door de te laat arriverende bus. Maar de teleurstelling blijft uit. Mijn vragen zijn op, zijn antwoorden zijn gegeven en een gezamenlijke lach is uitgebleven. Het is eigenlijk goed wel zo voor vandaag. Tieten.

How To Make: Chai Latte

Ook weer de winterjas uit de kast getrokken? Met deze koude dagen kun je je maar beter lekker opwarmen. Picture this: Jij met een lekker warm dekentje op de bank en een zelfgemaakte chai latte. Loopt er al een kwijlrandje langs je mond? Ja? Mooi.

Enige tijd geleden raakte ik verslaafd aan deze heerlijke versnapering, maar ik kwam er tot mijn grote spijt achter dat niet iedereen weet wat een chai latte is en dus niet alle leuke koffietentjes ze maken. Dan kan ik wel heel lang mokken of de ingrediënten gewoon zelf in huis halen!

Dit heb je nodig:

- Chai tea
- Melk (mag ook sojamelk of andere melk naar keuze)
- Kaneel/suiker/agavesiroop naar keuze

Zo maak je het:

1. Kook wat water en schenk je theeglas een heel klein beetje vol. Zet hierin het zakje chai tea en laat dit zo’n 2 tot 4 minuten intrekken.

2. Ondertussen kook je de melk en het liefst nog opkloppen voor dat lekkere romige effect.

3. Haal je theezakje uit het glas, schenk de melk erbij en je hebt een heerlijke chai latte.

4. In de kruiden van je chai tea zit al kaneel, maar als je het lekker vindt kun je er nog een snufje bovenop gooien. Zelf doe ik er suiker in of wat agavesiroop als gezondere variant. Dit om het iets zoeter te maken.

Waar haal je chai tea?

Chai tea kun je kopen in de supermarkt maar mijn ervaring is dat het niet altijd beschikbaar is. Het beste kun je ervoor naar De Tuinen of een andere winkel waar ze veel thee en kruiden verkopen.

Enjoy! En laat je het me weten als het gesmaakt heeft? 

Dit artikel werd eerder geplaatst op www.allesvanmarije.nl

Wat kan je leren van boosheid?

Het was iets waar ik al twee maanden op had gewacht: een traditionele massage van Hawaïaanse komaf. Het moment was aangebroken en je mag er vanuit gaan dat ik er heel veel zin in had. Eindelijk mocht ik gaan loslaten. Even lekker ontspannen. Tot er iets gebeurde wat ik totaal niet had verwacht. Want na een massage van twee uur ben je toch op z’n minst helemaal naar de zen. Ik niet. Ik werd boos. Intens boos. En dat is maar goed ook.

Het leuke is dat ik er zelf om heb gevraagd. Want ik voelde al iets borrelen. Daar kon ik simpelweg niet omheen. Het smaakte als woede, verdriet en machteloosheid. Iets in me was laaiend. Dus toen de masseuse aan me vroeg met welke intentie ik de massage in wilde gaan, was mijn antwoord dan ook direct: “Ik wil mijn boosheid loslaten.”

Met dat gezegd hebbende, gaf ik mezelf een cadeau waar ik stiekem totaal niet op zat te wachten. Want om iets los te laten moet je het blijkbaar nog even toelaten. En dat had ik nog helemaal niet gedaan. De hoeveelheid woede die twee dagen na mijn massage voelde was overweldigend. Ik leek erin te verzuipen. En man, wat was ik verbaasd. Waar kwam dit nou weer vandaan? Ik was toch altijd dat vrolijke goedlachse meisje? Zo’n stralende met een mooie glimlach? Hoe kwam het dat ík zo boos was? En hoe kwam ik hier in vredesnaam van af?

Na een week Godzilla-modus besloot ik de masseuse een belletje te geven. Dat ik dus echt heel boos was. En of dat wel zo normaal was? Haar antwoord: “Ik ben blij voor je. Nu kan je echt aan de slag.” Je leest dit nu waarschijnlijk met evenveel vraagtekens boven je hoofd als dat ik die op dat moment had. Maar ze sloeg wel de spijker op z’n kop. Want wat kun je eigenlijk leren van je boosheid (en eigenlijk elke emotie)? Ik deel haar tips graag met je.

1. Laat het toe
Wat het toelaten misschien makkelijker maakt is het besef dat je emoties hébt, maar ze niet bént. De emotie is er. En het is niet leuk, maar wel ontzettend gezond. Toelaten is ook echt een kwestie van moedig zijn. Ik weet van mezelf dat ik het eng vind om boos te zijn, omdat het dan lijkt alsof ik de controle dreig te verliezen en ik erin verdrink. En ik vind het zogenaamd ‘niet netjes’. Maar laat dat oordeel erover even zitten en voel het maar gewoon. Als je dat gaat doen, merk je dat de boosheid al een stuk lichter wordt. Simpelweg omdat je het de kans geeft zichzelf even te laten zien.

2. Welk verhaal zit er achter je boosheid?
Iets wat ik nog nooit heb durven doen, kijken naar de achterliggende boodschap van mijn woede. Er zit een hoop verlangen en verdriet in, dat weet ik. Eerder sportte ik mijn woede altijd weg. Leuk en lekker voor je figuur, maar weinig nuttig als het steeds terugkeert en je niet kijkt of niet durft te kijken naar de oorzaak. Dus welke boodschap schuilt er in jouw woede? Dat voor jezelf weten te benoemen, gaat je ontzettend vrij maken. Pak desnoods pen en papier en noteer wat steekwoorden die in je opkomen bij je gevoel.

3. Onderneem actie
Als je eenmaal weet waar het vandaan komt, kun je daarmee aan de slag. Misschien niet makkelijk, maar alle begin is moeilijk. En als je een beetje lief voor jezelf wilt zijn, is het ontzettend de moeite waard. We zijn soms zo bezig met de negatieve aspecten van boosheid dat we vergeten welke mooie dingen het met zich mee kan brengen. Het toont je verlangen en een stevige woede geeft je ontzettend veel kracht. Gebruik die kracht op de juiste manier. Gebruik het positief.

Ik hoop dat mijn boosheid ook nog iets voor jou kan betekenen. En vergeet niet te lachen. Heel stiekem. Wat mij deed grinniken was het besef dat de waas van boosheid ongeveer gelijk staat aan die van verliefd zijn. Het is zo intens en de rede verliest het van de dwaasheid. Je doet en zegt de meest stomme dingen. Maar gooi het er lekker uit. En mocht je iemand er per ongeluk mee kwetsen, dan koop je daarna maar stampvoetend een bloemetje en een kaartje met de tekst:

“Sorry, ik was gewoon even heel boos. En dat is maar goed ook.”

“Je bent onderspannen”

“Je hebt een hoog tempo. Je bent snel. En dat is jouw tempo. En daar is helemaal niets mis mee.” Mijn mond valt nog net niet open van verbazing wanneer de vrouw tegenover me dit zegt. Nergens viel het woordje ‘te’. Al jaren lang wordt me verteld dat ik te snel ga, te snel praat, te snel dit, te snel dat, te veel sport, te veel doe en ga zo maar door. Ik was het inmiddels gaan geloven. De haptonoom houdt even haar adem in en zegt dan tegen me: “Ik denk dat je onderspannen bent.” Sorry wat?

Onderspannen. Het tegenovergestelde dus van overspannen. Het moet nog even bij me doordringen maar dan lijken er steeds meer puzzelstukjes op z’n plaats te vallen. Sinds ik een klein jaar geleden overspannen raakte, werd me door iedereen verteld dat ik minder moest doen en meer rust moest pakken. En ik nam dat advies ook maar gewoon aan van iedereen, omdat het ergens wel logisch klonk. Maar had ik eerder naar het kleine, inmiddels schreeuwende, stemmetje in me geluisterd dan had ik allang kunnen concluderen dat ik ‘onderspannen’ was geraakt.

Want ja, ik had te veel hooi op m’n vork genomen maar dat heeft me eerder nooit genekt. Dus waarom nu wel? Wat maakte dit keer het verschil? Het antwoord achteraf is heel logisch: Ik hield me niet bezig met de dingen waar ik me gepassioneerd over voelde, ik werkte onder m’n niveau, ik sportte aanzienlijk minder dan voorheen en ging me steeds meer vervelen waardoor ik steeds onrustiger raakte. Van constant werken boven je niveau raak je gestresst, maar als je dus te lang taken oppakt die geen uitdagingen voor je vormen en waarbij je je verveeld, raak je dus ‘onderspannen’ en in feite ook uitgeblust.

“Je moet het rustiger aan doen” is een leus die bij me is blijven hangen, maar waar ik eigenlijk nog onrustiger van raakte omdat het zo erg niet bij me leek te passen. Rustig aan doen betekende dat ik me moest inhouden, rustig aan doen betekende dat ik misschien maar moest yoga’en in plaats van bootcampen. En van de gedachte dat ik misschien wel m’n hele leven rustig aan moest doen, raakte ik alweer overspannen. Gas geven en tegelijkertijd op je rem staan, rijdt ook niet ideaal toch? Waarom vroegen mensen dan wel hetzelfde van mij?

Het is bizar maar er viel een ongelooflijke last van mijn schouders toen een expert, iemand met een goede portie mensenkennis, me vertelde dat mijn snelheid goed was zoals het was. Dat ik dat helemaal niet hoefde aan te passen. Dat het enige wat me te doen stond was te luisteren naar mijn eigen snelheid en dan daarin niet voorbij mezelf te rennen, maar ook zeker niet achter mezelf aan hoefde te slenteren.

De haptonoom en ik waren inmiddels verder in het gesprek toen ze aan me vroeg: “Waarom begin je niet weer zachtjes aan met hardlopen? Toeval wil dat ik dat al enige tijd weer wil oppakken maar steeds bang was dat het ‘te veel en te snel’ was. De woorden van de haptonoom voelde als een soort bevestiging van wat ik al aanvoelde maar nog niet aandurfde.

Mijn lichaam snakt steeds meer naar de frisse buitenlucht, het luisteren naar mijn eigen adem en het trappen van mijn schoenen tegen het asfalt. Mijn lichaam snakt naar de kleine traantjes die in mijn ogen vormen als het weer eens hard waait. Dus binnenkort trek ik weer mijn stoute hardloopschoenen aan. Ik ga niet te snel. Mijn tempo is perfect voor mij. Ready? Zen? Go.

How To Make: Chocolade-kokos dadels

Nu vind ik mezelf niet elke dag geniaal. Maar voor vandaag maak ik graag een uitzondering. Ik ben de laatste tijd weer ouderwets obsessief met eten bezig en kan me elke dag weer verheugen op m’n ontbijt, lunch en avondeten. Maar laten we alsjeblieft de snacks niet vergeten. Dus rende ik vandaag nog net niet richting de supermarkt om dat wat al zolang in m’n hoofd zit te kunnen maken.

Vandaag op het snackmenu: chocolade-kokos dadels

IMG_7558

Dit heb je nodig:
– 12 dadels (liefst zonder pit)
– 80 gram pure chocolade
– geraspte kokos

Zo maak je ze:
1. Ik kocht verse dadels met pit, omdat ik die toch het lekkerst vind qua smaak. Snijd de dadels door de helft en haal de pit eruit. Plak ze dan als het ware weer dicht aan elkaar. Doe dit met al je verrukkelijke dadels.

2. Smelt de pure chocolade au bain marie totdat je een lekkere smeuïge toestand krijgt.

3. Leg de dadels op een schaal die makkelijk de vriezer in kan. Vervolgens smeer je met een kwastje de gesmolten chocolade over je dadels. Ik heb alleen de bovenkant gedaan, omdat daarom.

4. Sprenkel je geraspte kokos erover heen. Want om nom nom.

5. Zet de schaal tien minuutjes in de vriezer zodat de chocola lekker hard kan worden. En tadaa je hebt één awesome snack voor jezelf. Of om indruk te maken op andere mensen met slechts drie ingrediënten. Dat is wat je wilt.

You. Are. Welcome.

P.S. Mocht je ook een super lekkere (geheime) snack hebben… deel ‘m dan, als je kan.

P.P.S. Ik weet pas sinds vandaag hoe je ‘au bain marie’ schrijft. Zo culinair ben ik nu ook weer niet hoor. ; )

Miljonair ruimt al 11 jaar andermans vuilnis op

Er bestaan me toch een partij fijne mensen op deze planeet. Vanmorgen kwam ik op de heerlijke website van NSMBL een filmpje tegen van een miljonair die niet tegen rondslingerend afval kan. Laat je het toch lekker een ander opruimen, hoor ik je denken. Zo gepiept namelijk! Maar meneer de miljonair denkt daar niet zo over. Hij staat de afgelopen elf jaar iedere dag om 5 uur ‘s ochtends op om het afval van zijn medemens op te ruimen. “Van rondslingerende troep worden mensen ziek,” is zijn argument. Tsja, en dat moeten we natuurlijk niet hebben.

Ben trots op deze vent en zou zelf wel eens een ochtendje met hem mee willen lopen. Wat jij?

Wanneer dan wel?

Het duurt een kleine vijf minuten voordat de man tegenover me zegt dat er iets roods op m’n jas zit. Hij wijst naar m’n borst. Waar ik in eerste instantie dacht dat het een ketchupvlek was, schiet ik in de lach als ik zie wat er aan de hand is. Van het evenement waar ik net was geweest kreeg ik namelijk een elektrisch hartje bij aankomst. Die had ik dus niet meer af gedaan waardoor je door m’n jas heen nog een vaag kloppend rood lichtje zag branden. En zo schiet een vrij gezellig groepje passagiers in de lach. “Ach, je hebt tenminste je hart op de goede plek zitten,” grapt de man.

Vervolgens gebeurt er een van de fijnere dingen die het openbaar vervoer kent wanneer je je onder goed en onbekend gezelschap bevindt: een heus gesprek. “Wat studeer je?” vraagt de man. “Niets,” antwoord ik voorzichtig. “Ik heb mijn studie afgebroken.” Een man naast me schudt hevig z’n hoofd. “Ik raakte overspannen,” leg ik uit. “Hoe oud ben je?” Ik moet antwoorden dat ik nog maar slechts 22 zomers heb gekend. De man tegenover me lijkt ongeveer drie keer die leeftijd te hebben. Desondanks oogt ‘ie iets vitaler dan ik me voel. “Weet je welk boek je moet lezen?” vervolgt de man. “Ik kom even niet meer op de titel maar het gaat over een man die slechts 4 uur per week werkt, alsnog ontzettend veel verdient en voor de rest alleen maar dingen doet waar hij plezier aan beleeft.” Ik had wel er wel eens van gehoord, maar was er eigenlijk nooit aan toe gekomen. Net zoals veel dingen. Ik ben bijna bij mijn bestemming wanneer de man nadrukkelijk zegt: “Eerst genieten hè. De rest komt vanzelf wel.” En verdomd, hij heeft gelijk.

Het hartje was afkomstig van het boekenfeest van 365 dagen succesvol waar ze twee nieuwe exemplaren toonden. Een paar weken eerder besloot ik me in te schrijven voor hun jaarprogramma van 2015. Ze zeggen dat het vooral een aanrader is je daarvoor in te schrijven als je toe bent aan de volgende stap. En dat was ik behoorlijk. De overspannenheid had zich doorgezet in een burn-out en die zorgde ervoor dat ik nu al maandenlang over elk klein dingetje twijfel. Zelfs over het schrijven van blogs, iets wat ik geloof ik al sinds m’n veertiende deed en online publiceerde. Dit alleen al schrijven is iets waar ik wederom lang over heb getwijfeld.

Sinds ik de knoop heb doorgehakt om mee te doen aan het jaarprogramma voel ik me nu al zelfverzekerder. Niet volledig maar zeker wel meer dan eerst. Ik weet dat ik bepaalde talenten en eigenschappen bezit die ik super handig zou kunnen inzetten, maar door aan alles te twijfelen weet ik even niet meer hoe. Nou ja, ik jok een beetje. Vaak weet ik wel hoe, maar ben ik onnodig lang aan het uitstellen. En dat uitstellen resulteert in smoesjes verzinnen. Maar tegenwoordig verzin ik zoveel smoesjes dat ik een beetje in herhaling val bij mezelf. De excuses om dingen niet te doen die ik eigenlijk toch wel heel leuk vind, die excuses worden steeds ongeloofwaardiger. Ik denk dat dat een goed teken is.

Inmiddels was ik begonnen aan de boekentip van mijn vriendelijke medepassagier. En tijdens het lezen werd ik wederom geconfronteerd met dat ik een ongelofelijke uitsteller ben. Prioriteiten maak van dingen die eigenlijk geen prioriteit zijn. En me daarna beklagen dat ik weinig energie heb. Niet zo heel gek, Felesita. Mijn moeder zegt vaak ‘bij twijfel, niet doen’. Maar ik denk dat die regel niet altijd op gaat. Want twijfel bij mij is vaak wel doen. Twijfel bij mij is vaak een duik in het diepe nemen en kijken hoe ik eruit kom. Twijfel heeft er in het verleden vaak voor gezorgd dat ik wel de volgende stap nam. Dus laat ik voortaan twijfel weer zien als vriend in plaats van vijand. Wat 2015 en het jaarprogramma voor me in petto hebben? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Waar ik volgend jaar woon, werk en/of studeer? Weeknie! Maar dat er mooie dingen staan te gebeuren, weet ik wel zeker.

Blog wel verzenden of niet verzenden? Mijn bijlage is aan het downloaden. Mijn muis nadert het verzendknopje. Mijn hartslag verhoogt. En dan denk ik even aan woorden van Emma Watson tijdens haar briljante speech dit jaar. “If not now, when? If not me, who?”

Verzend.

Dit stukje verwierf ook een plek op www.365dagensuccesvol.nl. Eerder schreef ik al een recensie over hun gelijknamige boek. Die lees je hier

Jerome Jarre is een held

Doet de naam Jerome Jarre nog geen belletje rinkelen? Check dan even deze ontzettend virale Vine. Na deze hit kreeg Jerome binnen no time een miljoenen publiek vanuit de hele wereld. Zijn kracht? Mensen in de meest ongemakkelijke positie brengen en ze toch achterlaten met een lach op het gezicht. En zijn volgers mogen daar steeds 6 seconden van genieten. Kort en krachtig. En vooral prachtig. Jerome had mijn hart al veroverd, maar na het volgende filmpje stiekem nog een beetje meer. Kijk mee:

Wat ik zo ontzettend gaaf vind is dat Jerome de guts heeft om uit zijn comfortzone te stappen. Elke keer opnieuw. Zonder te weten hoe mensen erop reageren. Maar uiteindelijk is het dan ook altijd zijn doel om mensen aan het lachen te krijgen. Iets waar hij iedere keer in weet te slagen hoe [insert French accent] awkward [/insert] ook.

En wat me ook deed glimlachen is dat Casey Neistat producent van het korte filmpje is. Casey Neistat zal waarschijnlijk een onbekende naam voor je zijn, maar ook deze man is werkelijk een held. Op zijn 15e besloot hij te stoppen met school om zich te richten het maken van films en video’s. Doe maar even zijn naam intikken op YouTube en achterover leunen om te genieten van zijn creatieve werk. Eén van mijn favoriete shortfilms is de volgende waarbij Casey samen met een vriend een reclame maakt voor Nike. Je zult ‘m ongetwijfeld eens gezien hebben.

Dus stel je voor. Je ben 99 en ligt op je sterfbed. Ineens krijg je de kans om terug te gaan naar dit exacte moment. Wat zou je doen? Wat zou je tegen jezelf zeggen? 

5 Hedendaagse stijliconen (als je het mij vraagt)

Je moest vroeger echt niet bij me aankomen met een roze tutu. Ik herinner het me nog zo goed. Ik was vier jaar en mijn moeder stuurde me naar m’n allereerste en tegelijkertijd laatste balletles. We moesten dus roze tutu’s aandoen en gekke sprongetjes maken. Nu had ik geen probleem met die sprongetjes, maar de outfit-keuze was een ander verhaal. Sindsdien heb ik heel lang volgehouden dat ik een hekel had aan roze. Inmiddels ben ik nog steeds geen roze-liefhebber maar ik kan mezelf er wel op betrappen dat ik verliefd kan worden op roze items.

Waar sommige mensen hun hele leven lang dezelfde kledingstijl lijken te hanteren – hoe dan? – heb ik toch wel verschillende stijlen meegemaakt. Voor zover je het stijlen kunt noemen. Ik kan me nog één heftige herinneren. In de brugklas. Ik vond ineens zwarte kleding, zwarte make-up en ijzeren kettingen als accessoires heel interessant. Ja, het was vrij heftig. Het was een fase en het heeft een half jaar mogen duren. Daarna kwam er niet zo zeer een vervolg stijl als wel dat het me helemaal niets uitmaakte wat ik droeg en ik volgens mij wel redelijk vaak de plank missloeg.

Ergens ben ik wel een fuck gaan geven om hoe ik eruit zag. Ergens ben ik ijdel geworden, alleen kan ik niet precies duiden wanneer dat ik vredesnaam is gebeurd. Mijn vermoeden is wel dat het sterker werd toen ik in de beruchte hoofdstad ging wonen. Amsterdam, de stad waar men niet opkijkt van de vreemdste outfits. Ik moet toegeven dat ik het ook wel erg fijn vond om daarmee te experimenteren en ik het idee had dat ik steeds dichter bij ‘mijn stijl’ kwam. Maar wat dat dan precies is, da ken ik je ook nie vertellen nie.

Maar je leuk kleden kost centjes. En natuurlijk kun je de vintagemarktjes afgaan of jagen op tweedehands koopjes, maar als je blut bent ben je blut. Dus terwijl ik nog heeeeeel eventjes la vida broka leef laat ik me inspireren door de volgende fashionista’s van het internet. Zodat ik even flink kan losgaan op het herpakken van mijn eigen stijl als de money weer in de pocket is.

Wat denk ik vooral typerend is aan deze volgende dames is dat ze het basic houden met hier en daar een creatieve uitspatting. Ik houd ervan. Kijk mee!

Sabrina Meijer

Ze noemt zichzelf visueel journalist en is oprichter van modeblog afterDRK. Sabrina heeft voor mij iets tomboy’ish over zich en tegelijkertijd ook iets galants. Haar outfits ogen heel basic maar op de een of andere manier weet ze het zo fijn te combineren. Haar glimlach maakt elke outfit nog completer dan deze al was.

The perks of being a wallflower, photo by my fav from New Zealand @wethepeoplestyle

A photo posted by Sabrina Meijer (@afterdrk) on

Anna Nooshin

“Houd op met me?!” is volgens mij de gedachte die door mijn hoofd gaat wanneer ze weer een nieuwe foto op internet plaatst. Deze dame vind je meestal in het zwart maar dat maakt het er niet saaier op. Daarnaast heeft ze een coupe om jaloers op te worden. Anna is oprichtster van het online magazine NSMBL en heeft sinds kort een eigen lijn met zelf ontworpen leren jasjes.

Shot by @sharonjaned for @glamournl In other news: I'm in Jordan! Can't wait to start exploring. #jordan #travel

A photo posted by Anna Nooshin (@annanooshin) on

Yara Michels

Ook wel goede vriendinnen met mevrouw Nooshin. Yara werd bekend met haar blog This Chick Got Style en is sinds kort aan een nieuw hoofdstuk begonnen. Op Chapter Friday geeft ze advies aan meiden die de wereld willen veroveren. Ik wil nog wel eens jaloers zijn op haar gouden lokken maar vrees dat ik daar bij de kapper niet mee aan moet komen. Dat deze chick stijl heeft moge duidelijk zijn.

✌️☀️

A photo posted by Yara Michels (@yara_michels) on

Lizzy van der Ligt

Deze dame is nu keihard haar outfits aan het bloggen om later aan het werk te mogen als fulltime stylist. Want dat is wat ze het allerliefst doet. Stylen, stylen en nog eens stylen. Als ze haar eigenlijk stijl zou mogen omschrijven zou ze het woordje ‘rock’ durven noemen. Ze schuwt gedragen gekke vintage items niet en als de dag vraagt om een apart hoedje, dan rockt ze deze. Ik weet niet of ik het zou kunnen pullen. Maar het getuigt wel van lef en zelfverzekerdheid om gewoon te dragen wat je wilt.

Tomorrow on lizzyvdligt.com #ganni #zara #chanel @ganni

A photo posted by Lizzy (@lizzyvdligt) on

Caroline de Maigret

Ah oui oui. Deze mademoiselle mag zeker niet ontbreken. Niet veel vrouwen kunnen een pony rocken zonder dat ze heel meisjesachtig worden. Als model heeft ze met de beste fotografen van de wereld gewerkt waaronder Terry Richardson. Caroline maakt menig vrouw jaloers in de Franse hoofdstad: c’est Paris.

Pigalle, Paris 18

A photo posted by Caroline de Maigret (@carolinedemaigret) on

Door wie laat jij je inspireren op het gebied van stijl? Ik ben benieuwd!