Hummus overnachtingen

If you’re cranky and you know it clap your hands. Ken je dat? Dat je eigenlijk bezig was met chagrijnig zijn en dat mensen dan leuk gaan doen en dat je daar dan eigenlijk stiekem toch om moet lachen? Ik ken het wel, want ik er de laatste tijd steeds vaker ‘last’ van. Toegegeven, ik heb inmiddels mijn eigen record verbroken qua een humeur hebben. Aan doorzettingsvermogen geen gebrek hier en toch snap ik niet hoe sommige mensen hun dit hele leven vol kunnen houden. Maar in principe kan alles. Alleen kan ik niet meer zo goed chagrijnig zijn.

Op zich geen straf. En zeker niet als je weer eens jezelf chagrijnig de deur uitsleept omdat je toch maar eens moet wandelen. Thuis zit ik vaak veel te veel in m’n hoofd en voor je het weet ben je jezelf vast aan het denken. Maar laat me even tien minuutjes uit in het park en ik verander in een vrouwelijke Mahatma Gandhi die de bomen zachtjes aanraakt, stokken voor zich uit gooit en er zelf achterna rent of spontaan besluit te dansen waar niemand het kan zien. Om vervolgens met een nonchalante bakkes de man te begroeten die op doodnormale wijze z’n hond uitlaat. Niets aan dit voorgaande is gelogen. Waarom alleen met een stok spelen als je een hond of een infantiel klein kindje bent? Right.

Zoals ik al zei. Het lukt me minder vaak om chagrijnig te zijn als ik ga wandelen. Zelfs in de supermarkt is mijn pesthumeur niet meer veilig. Want één blik om me heen en er staat weer ergens iemand sexy te wezen met een stuk prei in z’n hand. In dit geval was het een jongeman die iets moest ophalen bij de servicebalie. Zo’n exemplaar met blauwe ogen, een brede glimlach en een kleine aanzet tot baardontwikkeling. Zo’n exemplaar dat je dan later tegenkomt bij een gesloten deur richting de uitgang waardoor je bijna gaat denken dat je met z’n tweeën moet gaan slapen tussen de paprika’s en de bakjes hummus. Zo’n exemplaar dat iets grapt over zijn bucketlist en het ooit nog willen overnachten in de IKEA. En dat ik dan mompel dat de Albert Heijn ook prima is.

Deze momenten overkomen me steeds vaker. Dat ik heb afgesproken met mezelf om chagrijnig te zijn en alles en iedereen stom te vinden. En dat de wereld dan ineens leuke dingen gaat doen. Zei John Lennon hier niet ooit iets over? Life is what happens while you’re busy making plans being cranky and all. Ik weet het eigenlijk ook niet meer. Hey, ik ga even wandelen.

Voorlezen versus voorleven

Goede daden verricht je niet voor de ander, die verricht je voor jezelf. Dat is me wel eens gezegd. Het is een nadenkertje. Want in principe is een goede daad toch gewoon een goede daad? Niets meer, niets minder en vooral helemaal niets mis mee. Maar kijkend naar het vrijwilligerswerk wat ik het aankomende half jaar ga verrichten, zit er toch een kern van waarheid in. Ik ga namelijk wekelijks voorlezen aan een klein meisje met een taalachterstand. Een beetje voor haar, een beetje voor mezelf.

Natuurlijk doe ik het ook gewoon omdat ik die stichting zo leuk vind. Dat is ook zo, maar ik zou mezelf niet zijn als ik nu niet zou bedenken wat ik er voor mezelf uit wil halen. Deze week kreeg ik in mijn mailbox de gegevens van het gezin. Het gaat een Soedanees meisje van slechts twee jaar oud. De stichting waar ik het voor doe is de VoorleesExpress en zij begeleiden door heel Nederland gezinnen die te maken hebben met een taalachterstand. De bedoeling is dat ik het gezin ondersteun in het voorlezen van hun kleine meisje zodat zij dit na een half jaar uiteindelijk zelf kunnen doen.

Waar ik vooral naar uitkijk is de uitdaging. Ik heb helemaal geen ervaring met de Soedanese cultuur en ik heb geen idee hoe vaardig zij in hun Nederlandse taal zijn. Daarnaast heb ik nog nooit een meisje van twee voorgelezen. Ik heb wel eens met kleuters gewerkt in de zomer maar twee is toch best wel heel jong. Want wanneer wordt ze ongeduldig? Zal ik niet te snel praten? Hoe houd ik haar aandacht erbij en zorg ik dat haar fantasie op een zachte manier wordt geprikkeld? Het zijn vragen waar ik mee speel, maar de enige manier om erachter te komen is door het gewoon te doen.

En dan is er nog iets. De afgelopen twee jaar heb ik zo ontzettend in mijn hoofd geleefd dat ik het contact ben kwijtgeraakt met mijn speelse kant. Ik had eigenlijk een beetje de deal met mezelf dat ik niet volwassen zou worden, maar gewoon zou doen alsof. Beetje de schijn ophouden voor de buitenwereld en ondertussen verdwalen in de kermis in mijn hoofd. En nu zijn kinderen nogal niet in hun hoofd en redelijk speels. Kinderen beleven alles ontzettend vanuit hun gevoel, weten vaak nog heel duidelijk hun grenzen en voorkeuren uit te spreken en zijn vaak ontzettend open en eerlijk. Ik ben er jaloers op en ik wil het ook. Correctie: Ik had het ook, het is er nog, maar het mag wel weer even naar boven komen.

Dus het komende half jaar ga ik die kleine boef voorlezen. Het enige wat zij hoeft te doen is haar perfecte zelf te zijn, haar nieuwsgierigheid en leergierigheid te tonen en wegdromen bij de woorden die ik haar toefluister. Ik wil haar voorlezen als zij mij voorleeft. Dat vind ik wel een mooie deal. Ik ben zo benieuwd.

Haar kleine geheimpjes

 

adinafab6

Mooi toch? Hoe de meest awesome dingen tegenwoordig een muisklik van ons verwijderd zijn? Zo kwam ik laatst een nogal merkwaardig filmpje tegen van YouTube-kanaal MyTinySecrets. Hierin vertelde de enthousiaste Adina Rivers met een licht Duits accent over hoe een relatie op te bouwen met je poes. Niet dat harige mormel wat je banken openkrabt en ‘s ochtends over je gezicht loopt. Je weet welke poes ik bedoel. Het was in elk geval een interessante eerste ontmoeting met het kanaal van Adina. Ik klikte verder…

Lees verder

Tieten

“Tieten,” mompel ik. Ik kijk weer even naar de man naast me. Zijn nukkige blik maakt plaats voor een verbaasde variant. We staan te wachten totdat we openbaar vervoerd mogen worden. De bus had er allang moeten zijn. Het is te koud om te wachten en de verveling in me is te groot om niet met vreemden te praten. “Pardon?”  De man kijkt inmiddels alweer een tijdje mijn kant op meer boos dan vragend. Even schaam ik me voor mijn verbale uitlating maar ik laat me niet kennen. “Tieten,” herhaal ik. “Je keek zo chagrijnig. Ik dacht, ik zeg eens iets om je op te vrolijken.” De gebruikelijke beleefde lach blijft uit. In plaats daarvan krijg ik een kort knikje van hem waarna hij zijn blik weer laat rusten op het station. Althans, daar waar het station zou moeten zijn. Een dikke zee aan mist maakt het bijna onmogelijk om het gebouw te zien. En dat terwijl het zich een kleine dertig meter verderop bevindt. “En? Helpt het?” De neiging om hem vragend aan te kijken onderdruk ik. Volgens mij is deze kerel niet zo van het oogcontact of welk sociaal contact dan ook. “Ik denk eigenlijk niet zoveel aan tieten,” antwoordt hij uiteindelijk. Zonde, denk ik. Volgens mij zou deze vent nog wel een fraaie visualisatie kunnen gebruiken. “Ik ben eigenlijk gewoon boos,” vervolgt de man. Ik twijfel of ik door moet vragen. Eigenlijk was dit ook helemaal  niet zoals ik het in mijn hoofd had zitten. Het was de bedoeling dat ik ‘tieten’ zei en hij verrast zou worden en we uiteindelijk nog net niet rollend van het lachen de bus in zouden stappen. En dat het dan zo’n aanstekelijk effect zou hebben dat de rest van de bus met ons mee zou lachen zonder eigenlijk te weten waarom. Maar ik weet eigenlijk niet wie van ons er meer aan een slappe lach toe is. Waarom probeer ik die vent eigenlijk op te vrolijken als ik zelf ook niet in een beste stemming ben? “Ik ben ook boos,” geef ik toe. “Vaak met een frons ook.” Ik zet expres een heel kwaad gezicht op. Een beetje zoals een klein kind dat doet om te benadrukken hoe boos het is. Het stampvoeten laat ik achterwege. Ik denk dat mijn boodschap zo wel overkomt. En ergens hoop ik nog steeds dat hij moet lachen. Lachen werkt aanstekelijk namelijk. Ik ben wel toe aan dat virus. “Ik doe niet zo aan fronsen. Geen energie voor,” verzucht de man. Dit keer is het mijn beurt om zijn kant op te knikken. Dat wordt niet lachen geblazen dus. Ik wil nog een vraag stellen als ik zie dat de man afgeleid raakt door twee lampen in de verte. De lampen komen steeds dichterbij totdat ze voor ons stoppen. Een sissend geluid wordt gevolgd door een deur die open gaat. Zwijgend stapt de man in en ik stap mee. Ik zou teleurgesteld kunnen zijn. Teleurgesteld dat het gesprek tussen de man en mij zo abrupt wordt verstoord door de te laat arriverende bus. Maar de teleurstelling blijft uit. Mijn vragen zijn op, zijn antwoorden zijn gegeven en een gezamenlijke lach is uitgebleven. Het is eigenlijk goed wel zo voor vandaag. Tieten.

How To Make: Chai Latte

Ook weer de winterjas uit de kast getrokken? Met deze koude dagen kun je je maar beter lekker opwarmen. Picture this: Jij met een lekker warm dekentje op de bank en een zelfgemaakte chai latte. Loopt er al een kwijlrandje langs je mond? Ja? Mooi.

Enige tijd geleden raakte ik verslaafd aan deze heerlijke versnapering, maar ik kwam er tot mijn grote spijt achter dat niet iedereen weet wat een chai latte is en dus niet alle leuke koffietentjes ze maken. Dan kan ik wel heel lang mokken of de ingrediënten gewoon zelf in huis halen!

Dit heb je nodig:

- Chai tea
- Melk (mag ook sojamelk of andere melk naar keuze)
- Kaneel/suiker/agavesiroop naar keuze

Zo maak je het:

1. Kook wat water en schenk je theeglas een heel klein beetje vol. Zet hierin het zakje chai tea en laat dit zo’n 2 tot 4 minuten intrekken.

2. Ondertussen kook je de melk en het liefst nog opkloppen voor dat lekkere romige effect.

3. Haal je theezakje uit het glas, schenk de melk erbij en je hebt een heerlijke chai latte.

4. In de kruiden van je chai tea zit al kaneel, maar als je het lekker vindt kun je er nog een snufje bovenop gooien. Zelf doe ik er suiker in of wat agavesiroop als gezondere variant. Dit om het iets zoeter te maken.

Waar haal je chai tea?

Chai tea kun je kopen in de supermarkt maar mijn ervaring is dat het niet altijd beschikbaar is. Het beste kun je ervoor naar De Tuinen of een andere winkel waar ze veel thee en kruiden verkopen.

Enjoy! En laat je het me weten als het gesmaakt heeft? 

Dit artikel werd eerder geplaatst op www.allesvanmarije.nl

Wat kan je leren van boosheid?

Het was iets waar ik al twee maanden op had gewacht: een traditionele massage van Hawaïaanse komaf. Het moment was aangebroken en je mag er vanuit gaan dat ik er heel veel zin in had. Eindelijk mocht ik gaan loslaten. Even lekker ontspannen. Tot er iets gebeurde wat ik totaal niet had verwacht. Want na een massage van twee uur ben je toch op z’n minst helemaal naar de zen. Ik niet. Ik werd boos. Intens boos. En dat is maar goed ook.

Het leuke is dat ik er zelf om heb gevraagd. Want ik voelde al iets borrelen. Daar kon ik simpelweg niet omheen. Het smaakte als woede, verdriet en machteloosheid. Iets in me was laaiend. Dus toen de masseuse aan me vroeg met welke intentie ik de massage in wilde gaan, was mijn antwoord dan ook direct: “Ik wil mijn boosheid loslaten.”

Met dat gezegd hebbende, gaf ik mezelf een cadeau waar ik stiekem totaal niet op zat te wachten. Want om iets los te laten moet je het blijkbaar nog even toelaten. En dat had ik nog helemaal niet gedaan. De hoeveelheid woede die twee dagen na mijn massage voelde was overweldigend. Ik leek erin te verzuipen. En man, wat was ik verbaasd. Waar kwam dit nou weer vandaan? Ik was toch altijd dat vrolijke goedlachse meisje? Zo’n stralende met een mooie glimlach? Hoe kwam het dat ík zo boos was? En hoe kwam ik hier in vredesnaam van af?

Na een week Godzilla-modus besloot ik de masseuse een belletje te geven. Dat ik dus echt heel boos was. En of dat wel zo normaal was? Haar antwoord: “Ik ben blij voor je. Nu kan je echt aan de slag.” Je leest dit nu waarschijnlijk met evenveel vraagtekens boven je hoofd als dat ik die op dat moment had. Maar ze sloeg wel de spijker op z’n kop. Want wat kun je eigenlijk leren van je boosheid (en eigenlijk elke emotie)? Ik deel haar tips graag met je.

1. Laat het toe
Wat het toelaten misschien makkelijker maakt is het besef dat je emoties hébt, maar ze niet bént. De emotie is er. En het is niet leuk, maar wel ontzettend gezond. Toelaten is ook echt een kwestie van moedig zijn. Ik weet van mezelf dat ik het eng vind om boos te zijn, omdat het dan lijkt alsof ik de controle dreig te verliezen en ik erin verdrink. En ik vind het zogenaamd ‘niet netjes’. Maar laat dat oordeel erover even zitten en voel het maar gewoon. Als je dat gaat doen, merk je dat de boosheid al een stuk lichter wordt. Simpelweg omdat je het de kans geeft zichzelf even te laten zien.

2. Welk verhaal zit er achter je boosheid?
Iets wat ik nog nooit heb durven doen, kijken naar de achterliggende boodschap van mijn woede. Er zit een hoop verlangen en verdriet in, dat weet ik. Eerder sportte ik mijn woede altijd weg. Leuk en lekker voor je figuur, maar weinig nuttig als het steeds terugkeert en je niet kijkt of niet durft te kijken naar de oorzaak. Dus welke boodschap schuilt er in jouw woede? Dat voor jezelf weten te benoemen, gaat je ontzettend vrij maken. Pak desnoods pen en papier en noteer wat steekwoorden die in je opkomen bij je gevoel.

3. Onderneem actie
Als je eenmaal weet waar het vandaan komt, kun je daarmee aan de slag. Misschien niet makkelijk, maar alle begin is moeilijk. En als je een beetje lief voor jezelf wilt zijn, is het ontzettend de moeite waard. We zijn soms zo bezig met de negatieve aspecten van boosheid dat we vergeten welke mooie dingen het met zich mee kan brengen. Het toont je verlangen en een stevige woede geeft je ontzettend veel kracht. Gebruik die kracht op de juiste manier. Gebruik het positief.

Ik hoop dat mijn boosheid ook nog iets voor jou kan betekenen. En vergeet niet te lachen. Heel stiekem. Wat mij deed grinniken was het besef dat de waas van boosheid ongeveer gelijk staat aan die van verliefd zijn. Het is zo intens en de rede verliest het van de dwaasheid. Je doet en zegt de meest stomme dingen. Maar gooi het er lekker uit. En mocht je iemand er per ongeluk mee kwetsen, dan koop je daarna maar stampvoetend een bloemetje en een kaartje met de tekst:

“Sorry, ik was gewoon even heel boos. En dat is maar goed ook.”

“Je bent onderspannen”

“Je hebt een hoog tempo. Je bent snel. En dat is jouw tempo. En daar is helemaal niets mis mee.” Mijn mond valt nog net niet open van verbazing wanneer de vrouw tegenover me dit zegt. Nergens viel het woordje ‘te’. Al jaren lang wordt me verteld dat ik te snel ga, te snel praat, te snel dit, te snel dat, te veel sport, te veel doe en ga zo maar door. Ik was het inmiddels gaan geloven. De haptonoom houdt even haar adem in en zegt dan tegen me: “Ik denk dat je onderspannen bent.” Sorry wat?

Onderspannen. Het tegenovergestelde dus van overspannen. Het moet nog even bij me doordringen maar dan lijken er steeds meer puzzelstukjes op z’n plaats te vallen. Sinds ik een klein jaar geleden overspannen raakte, werd me door iedereen verteld dat ik minder moest doen en meer rust moest pakken. En ik nam dat advies ook maar gewoon aan van iedereen, omdat het ergens wel logisch klonk. Maar had ik eerder naar het kleine, inmiddels schreeuwende, stemmetje in me geluisterd dan had ik allang kunnen concluderen dat ik ‘onderspannen’ was geraakt.

Want ja, ik had te veel hooi op m’n vork genomen maar dat heeft me eerder nooit genekt. Dus waarom nu wel? Wat maakte dit keer het verschil? Het antwoord achteraf is heel logisch: Ik hield me niet bezig met de dingen waar ik me gepassioneerd over voelde, ik werkte onder m’n niveau, ik sportte aanzienlijk minder dan voorheen en ging me steeds meer vervelen waardoor ik steeds onrustiger raakte. Van constant werken boven je niveau raak je gestresst, maar als je dus te lang taken oppakt die geen uitdagingen voor je vormen en waarbij je je verveeld, raak je dus ‘onderspannen’ en in feite ook uitgeblust.

“Je moet het rustiger aan doen” is een leus die bij me is blijven hangen, maar waar ik eigenlijk nog onrustiger van raakte omdat het zo erg niet bij me leek te passen. Rustig aan doen betekende dat ik me moest inhouden, rustig aan doen betekende dat ik misschien maar moest yoga’en in plaats van bootcampen. En van de gedachte dat ik misschien wel m’n hele leven rustig aan moest doen, raakte ik alweer overspannen. Gas geven en tegelijkertijd op je rem staan, rijdt ook niet ideaal toch? Waarom vroegen mensen dan wel hetzelfde van mij?

Het is bizar maar er viel een ongelooflijke last van mijn schouders toen een expert, iemand met een goede portie mensenkennis, me vertelde dat mijn snelheid goed was zoals het was. Dat ik dat helemaal niet hoefde aan te passen. Dat het enige wat me te doen stond was te luisteren naar mijn eigen snelheid en dan daarin niet voorbij mezelf te rennen, maar ook zeker niet achter mezelf aan hoefde te slenteren.

De haptonoom en ik waren inmiddels verder in het gesprek toen ze aan me vroeg: “Waarom begin je niet weer zachtjes aan met hardlopen? Toeval wil dat ik dat al enige tijd weer wil oppakken maar steeds bang was dat het ‘te veel en te snel’ was. De woorden van de haptonoom voelde als een soort bevestiging van wat ik al aanvoelde maar nog niet aandurfde.

Mijn lichaam snakt steeds meer naar de frisse buitenlucht, het luisteren naar mijn eigen adem en het trappen van mijn schoenen tegen het asfalt. Mijn lichaam snakt naar de kleine traantjes die in mijn ogen vormen als het weer eens hard waait. Dus binnenkort trek ik weer mijn stoute hardloopschoenen aan. Ik ga niet te snel. Mijn tempo is perfect voor mij. Ready? Zen? Go.

How To Make: Chocolade-kokos dadels

Nu vind ik mezelf niet elke dag geniaal. Maar voor vandaag maak ik graag een uitzondering. Ik ben de laatste tijd weer ouderwets obsessief met eten bezig en kan me elke dag weer verheugen op m’n ontbijt, lunch en avondeten. Maar laten we alsjeblieft de snacks niet vergeten. Dus rende ik vandaag nog net niet richting de supermarkt om dat wat al zolang in m’n hoofd zit te kunnen maken.

Vandaag op het snackmenu: chocolade-kokos dadels

IMG_7558

Dit heb je nodig:
– 12 dadels (liefst zonder pit)
– 80 gram pure chocolade
– geraspte kokos

Zo maak je ze:
1. Ik kocht verse dadels met pit, omdat ik die toch het lekkerst vind qua smaak. Snijd de dadels door de helft en haal de pit eruit. Plak ze dan als het ware weer dicht aan elkaar. Doe dit met al je verrukkelijke dadels.

2. Smelt de pure chocolade au bain marie totdat je een lekkere smeuïge toestand krijgt.

3. Leg de dadels op een schaal die makkelijk de vriezer in kan. Vervolgens smeer je met een kwastje de gesmolten chocolade over je dadels. Ik heb alleen de bovenkant gedaan, omdat daarom.

4. Sprenkel je geraspte kokos erover heen. Want om nom nom.

5. Zet de schaal tien minuutjes in de vriezer zodat de chocola lekker hard kan worden. En tadaa je hebt één awesome snack voor jezelf. Of om indruk te maken op andere mensen met slechts drie ingrediënten. Dat is wat je wilt.

You. Are. Welcome.

P.S. Mocht je ook een super lekkere (geheime) snack hebben… deel ‘m dan, als je kan.

P.P.S. Ik weet pas sinds vandaag hoe je ‘au bain marie’ schrijft. Zo culinair ben ik nu ook weer niet hoor. ; )

Miljonair ruimt al 11 jaar andermans vuilnis op

Er bestaan me toch een partij fijne mensen op deze planeet. Vanmorgen kwam ik op de heerlijke website van NSMBL een filmpje tegen van een miljonair die niet tegen rondslingerend afval kan. Laat je het toch lekker een ander opruimen, hoor ik je denken. Zo gepiept namelijk! Maar meneer de miljonair denkt daar niet zo over. Hij staat de afgelopen elf jaar iedere dag om 5 uur ‘s ochtends op om het afval van zijn medemens op te ruimen. “Van rondslingerende troep worden mensen ziek,” is zijn argument. Tsja, en dat moeten we natuurlijk niet hebben.

Ben trots op deze vent en zou zelf wel eens een ochtendje met hem mee willen lopen. Wat jij?

Wanneer dan wel?

Het duurt een kleine vijf minuten voordat de man tegenover me zegt dat er iets roods op m’n jas zit. Hij wijst naar m’n borst. Waar ik in eerste instantie dacht dat het een ketchupvlek was, schiet ik in de lach als ik zie wat er aan de hand is. Van het evenement waar ik net was geweest kreeg ik namelijk een elektrisch hartje bij aankomst. Die had ik dus niet meer af gedaan waardoor je door m’n jas heen nog een vaag kloppend rood lichtje zag branden. En zo schiet een vrij gezellig groepje passagiers in de lach. “Ach, je hebt tenminste je hart op de goede plek zitten,” grapt de man.

Vervolgens gebeurt er een van de fijnere dingen die het openbaar vervoer kent wanneer je je onder goed en onbekend gezelschap bevindt: een heus gesprek. “Wat studeer je?” vraagt de man. “Niets,” antwoord ik voorzichtig. “Ik heb mijn studie afgebroken.” Een man naast me schudt hevig z’n hoofd. “Ik raakte overspannen,” leg ik uit. “Hoe oud ben je?” Ik moet antwoorden dat ik nog maar slechts 22 zomers heb gekend. De man tegenover me lijkt ongeveer drie keer die leeftijd te hebben. Desondanks oogt ‘ie iets vitaler dan ik me voel. “Weet je welk boek je moet lezen?” vervolgt de man. “Ik kom even niet meer op de titel maar het gaat over een man die slechts 4 uur per week werkt, alsnog ontzettend veel verdient en voor de rest alleen maar dingen doet waar hij plezier aan beleeft.” Ik had wel er wel eens van gehoord, maar was er eigenlijk nooit aan toe gekomen. Net zoals veel dingen. Ik ben bijna bij mijn bestemming wanneer de man nadrukkelijk zegt: “Eerst genieten hè. De rest komt vanzelf wel.” En verdomd, hij heeft gelijk.

Het hartje was afkomstig van het boekenfeest van 365 dagen succesvol waar ze twee nieuwe exemplaren toonden. Een paar weken eerder besloot ik me in te schrijven voor hun jaarprogramma van 2015. Ze zeggen dat het vooral een aanrader is je daarvoor in te schrijven als je toe bent aan de volgende stap. En dat was ik behoorlijk. De overspannenheid had zich doorgezet in een burn-out en die zorgde ervoor dat ik nu al maandenlang over elk klein dingetje twijfel. Zelfs over het schrijven van blogs, iets wat ik geloof ik al sinds m’n veertiende deed en online publiceerde. Dit alleen al schrijven is iets waar ik wederom lang over heb getwijfeld.

Sinds ik de knoop heb doorgehakt om mee te doen aan het jaarprogramma voel ik me nu al zelfverzekerder. Niet volledig maar zeker wel meer dan eerst. Ik weet dat ik bepaalde talenten en eigenschappen bezit die ik super handig zou kunnen inzetten, maar door aan alles te twijfelen weet ik even niet meer hoe. Nou ja, ik jok een beetje. Vaak weet ik wel hoe, maar ben ik onnodig lang aan het uitstellen. En dat uitstellen resulteert in smoesjes verzinnen. Maar tegenwoordig verzin ik zoveel smoesjes dat ik een beetje in herhaling val bij mezelf. De excuses om dingen niet te doen die ik eigenlijk toch wel heel leuk vind, die excuses worden steeds ongeloofwaardiger. Ik denk dat dat een goed teken is.

Inmiddels was ik begonnen aan de boekentip van mijn vriendelijke medepassagier. En tijdens het lezen werd ik wederom geconfronteerd met dat ik een ongelofelijke uitsteller ben. Prioriteiten maak van dingen die eigenlijk geen prioriteit zijn. En me daarna beklagen dat ik weinig energie heb. Niet zo heel gek, Felesita. Mijn moeder zegt vaak ‘bij twijfel, niet doen’. Maar ik denk dat die regel niet altijd op gaat. Want twijfel bij mij is vaak wel doen. Twijfel bij mij is vaak een duik in het diepe nemen en kijken hoe ik eruit kom. Twijfel heeft er in het verleden vaak voor gezorgd dat ik wel de volgende stap nam. Dus laat ik voortaan twijfel weer zien als vriend in plaats van vijand. Wat 2015 en het jaarprogramma voor me in petto hebben? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Waar ik volgend jaar woon, werk en/of studeer? Weeknie! Maar dat er mooie dingen staan te gebeuren, weet ik wel zeker.

Blog wel verzenden of niet verzenden? Mijn bijlage is aan het downloaden. Mijn muis nadert het verzendknopje. Mijn hartslag verhoogt. En dan denk ik even aan woorden van Emma Watson tijdens haar briljante speech dit jaar. “If not now, when? If not me, who?”

Verzend.

Dit stukje verwierf ook een plek op www.365dagensuccesvol.nl. Eerder schreef ik al een recensie over hun gelijknamige boek. Die lees je hier